Pompcapaciteit

Hoe berekende men vroeger de benodigde pompcapaciteit

 

Waterbezwaar en Waterpk’s

Nu we weten hoe de afwateringen waren ontstaan en hoe het water weggepompt werd, komt uiteraard de vraag aan de orde hoe ze de capaciteit van een gemaal berekenden. Dijkgraaf J.G.de Leeuw aanvaardde het ambt in 1925 na een korte leerschool (overstroming 1926) zoals hij zelf schreef . Hij heeft in 1934 een rapport geschreven waarvan hij meende dat het bij zou dragen aan meer inzicht en kennis van de medewerkers.

Dijkgraaf J.G. de Leeuw

 

 

 

 

 

 

 

Wanneer een en ander er toe zal bijdragen, dat elke nieuwe functionaris van het Dagelijksch bestuur in een kort tijdsbestek zich zal weten te vormen tot een persoonlijkheid, van wie voldoende gezag uitgaat, om naar behooren, het aan hem toevertrouwde Heem te beveiligen – dan zal het mij en mijn opvolgers, met zulk een staf van medehelpers, mede gemakkelijk vallen den waterstaatkundigen toestand van ons District steeds te blijven verbeteren, in de lijn van ons aller roeping.

 

In dit rapport wordt het begrip water bezwaar en waterpk’s genoemd en gebruikt. Waterpk’s zijn de pk’s (vermogen) die nodig zijn om met een pomp het water af te voeren van de wetering naar de Maas waarvan het waterpeil dan hoger was.  De hoeveelheid water die men af moest voeren noemde men ‘het waterbezwaar’ in een poldergebied. Er zijn twee factoren die een belangrijke rol spelen namelijk het kwelwater en het regenwater. Het kwelwater is water dat onder of door de dijk heen druppelt en de polder in komt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Als voorbeeld wordt de afvoer naar het Leeuwensch gemaal genomen.

 

Het kwelbezwaar

De dijklengte van de Waal bij het veer in Druten tot aan de grens van Wamel was 7,4km. Door langdurige ondervinding   hadden den ingenieurs vastgesteld dat voor het kwelbezwaar in het betreffende district 175liter per km dijk en per sec kon worden aangehouden.

Het kwelbezwaar is dan 175liter x 7,4km=1295 liter per sec

 

Het regenbezwaar

De eerste afdeling van het waterschap was 2409 ha groot.

Een hectare is een eenheid van oppervlakte van 100 m x  100 m = 10 000 m² en wordt afgekort als ha. Volgens de regenstation informatie viel er in het betreffende gebied gemiddeld 500 liter regen per 1000 ha per sec. Voor de veiligheid rekende men echter met 700 liter per 1000ha per sec.

De oppervlakte van het betreffende poldergebied is 2409 ha. Het regenval bezwaar is dan 700×2,409=1686 liter per sec.

Het totale waterbezwaar was dan 1295+1686=2981 liter per sec.

Per minuut is dat 60×2981=178860 liter  of afgerond 179m3 per minuut.

Voor de tegenstand in de af- en opvoer van de pomp rekende men 1/5 er extra bij.

Stel dat dit 36m3 per minuut. Het stoomgemaal moet dan 179+36= 215 m3 per minuut verwerken. Dit moet kunnen worden uitgeslagen bij de grootste opvoerhoogte.

De paardenkracht werd gedefinieerd als het vermogen dat nodig is om een last van 75 kilogram met een snelheid van 1 meter per seconde op te hijsen.

Dat was het arbeidsvermogen dat een gemiddeld paard langdurig kon leveren!

Omdat 1kg water ook 1 liter water is kan men ook zeggen dat een paardekracht het vermogen is om 75liter water met een snelheid van 1 meter per seconde op te hijsen.

Per minuut zou een paardekracht 60×75=4500liter= 4,5m3 water 1 meter kunnen hijsen.

Stel dat het hoogte verschil tussen wetering en Maas bij het Leeuwensch gemaal 3,7meter is.

Het benodigd vermogen om al het overtollige water bij maximale kwel en regen en bij een opvoerhoogte van 3,7meter was dan:

215×3,7/4,5×1=177pk Dit noemt men de water pk’s.

Het vermogen van de stoommachine moet uiteraard hoger zijn omdat er verliezen zijn tussen het opgewekte vermogen in de stoommachine en het uiteindelijke vermogen dat de pomp kan afgeven.

Bij beproevingen in 1915 van het Leeeuwensch gemaal bleek dat de pomp slechts 159 m3/min uit kon slaan bij een opvoerhoogte van 3,7meter. Het benodigde vermogen was dan 131 wpk. Hieruit blijkt (geen 177 maar slechts 131`wpk) dat dit gemaal en ook de andere stoomgemalen de polders bij lange na niet droog konden houden omdat het aantal waterpk’s te weinig was.

Het benodigde vermogen dat aan de ketel en de stoommachine moest worden toegevoerd was natuurlijk nog veel hoger.

Men aanvaardde dus dat delen van de polders soms langdurig niet bewerkt kon worden.

Deze tekst nam ik over van….

De Stichting Werkgroep Historisch Alphen aan de Maas heeft een nieuwsbrief over deze legendarische persoon uitgegeven met veel informatie en foto’s.

U vindt die op :

http://www.alphenaandemaas.com/WHAM/WHAM_Publicaties/Nieuwsbrieven/Nieuwsbrief_2016_10-december_onl.pdf

 

Toch waren er in die tijd al zeer grote centrifugaalpompen. Van belang waren echter de kosten van deze grote installaties en de voordelen  van het drooghouden van de landerijen. Hoe erg was het dat het land niet bewerkt kon worden?

Een centrifugaalpomp gebouwd in de machinefabriek Jaffa te Utrecht goed voor 300m3 per minuut.