Dreumelsch stoomgemaal

div-groenmarkt-2-2div-groenmarkt-2-2div-groenmarkt-2-2 De dorpspolder Dreumel   

De aanleiding tot den bouw van het eerste stoomgemaal in Dreumel met dit nieuwe waterwerktuig, waarvan de ontwerper den naam van drijf- of persbuis gaf, was deze. In het ambt van maas en waal ligt de zoo genaamde molenpolder van Wamel, Dreumel en Alphen, groot 5000 H.A. , die tot waterafvoer twee sluizen heeft in den Maaschdijk, eene te Dreumel en de andere te Alphen (zie Het land van Maas en Waal). Door gebrekkige loozing bleven dikwijls 2000H.A.  tot laat in den zomer  0,2M tot 0,9M onder water en deze polder moet dan ook tot kunstmatige ontlasting reeds lang geleden molens hebben gebruikt, die echter bij den inval van Lodewijk XIV in 1672 vernietigd zijn. In 1791 zijn er weder drie molens met staande schepraderen gesticht, die echter niet voldeden en daarom in   ??? vervangen werden door molens met hellende schepraderen. (zie Windmolens)

hoop-op-stoommachine

 

In 1845 schreef men

 

 

 

 

 

                                                                                                                                     fijnje-2

Op 17 mei 1846 werd het stoomgemaal te Dreumel in werking gesteld. Het was een ontwerp van Ing Fijnje van Salverda.

Waar het kwelwater nadeel doet, of het binnenwater niet goed en tijdig loozen kan, moet het dikwerf onvoldoend windgemaal vervangen worden door stoomgemaal

De waterloozing van het land tusschen Maas en Waal was bijzonder slecht. Nadat Fijnje reeds in 1836 een rapport over dit onderwerp had ingediend, werd hiervoor in 1842 eene commissie benoemd, en zij bracht in 1846 rapport uit. Fijnje had voor deze landen een stoombemaling ontworpen, met een bijzondere soort pomp met kleppen, ‘de pomp van Fijnje’, die wel het nadeel had, dat zij zeer diep gefundeerd moest worden, maar die overigens veel goeds had en dan ook elders nog vrij veel gebruikt is, hoewel zij tegenwoordig door de centrifugaalpomp verdrongen is. Het stoomgemaal voor de benedenste polders Wamel, Dreumel en Alfen, kwam in 1847 gereed.

Op de website van de Stichting Tremele  in Dreumel staat  uitgebreide informatie over Ing. Fijnje van Salverda.

http://www.tremele.nl/bijzondere%20mensen/fijnje%20van%20salverda/fijnje%20van%20salverda.htm

 

Opmerkelijk is ook de toepassing voor het eerst in het groot, van betonfundeering op afgezaagde palen, door Fijnje bij verschillende der door hem gebouwde stoomgemalen, en later, toen hij hoofdingenieur was, ook bij de sluis te St. Andries toegepast. De diepe ligging zijner pompen was oorzaak, dat de gewone fundeering met houten vloer op palen niet kon worden toegepast, omdat men den fundeeringput op zoo groote diepte niet kon droogmalen. Het denkbeeld om deze moeilijkheid door betonstorting te ontgaan, is hoogst geniaal. Tot uitvoering van dit stoomgemaal voor den molenpolder, waarvan de plaatsing te Dreumel werd bepaald, werd eene commissie benoemd van welke later ook de heer Fijnje lid werd. De provinciale staten van Gelderland verleenden eene subsidie van ƒ 10000 en de minister van binnenlandsche zaken gaf toezegging van eene subsidie tot gelijk bedrag.

In Juni 1845 werden de gebouwen met de fundeeringen aangenomen door M.Vermaes te Hellevoetsluis. De eerste steen voor de bouw van het gemaal werd op 4 oktober 1845 gelegd door de dochter van ing. Fijnje. De eerste palen werden ingeheid in Augustus 1845. De metselwerken waren tot de volle hoogte opgetrokken in November en den 17 Mei 1846 werd het werktuig voor het eerst in werking gebracht met deventer-fabriekeene snelheid van 10 dubbele slagen in de minuut. Er zijn dan zeven maanden verstreken!!!!!!! De installatie was geleverd door  Nering Bögel & Co in Deventer en Isselburg (Duitsland) de ijzergieterij en machinefabriek van een studievriend van Fijnje. Wat een planning en snelle realisatie!

Het werd ook wel het Dreumelsche stelsel genoemd (een vuurmachine of stoomwatermachine). Officieel noemde men dit systeem een Cornwallmachine  omdat het in de streek Cornwall, met veel kolenmijnbouw, ontwikkeld en veel gebouwd was. Er staat zelfs in Engeland nu nog een werkend systeem.

Onderstaande tekening is in het bezit van de Historische Vereniging voor het Land van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen West.

 via-de-scanner-2

Technische gegevens.(volgens een krant uit die tijd)

Ketelinstallatie:

Er waren twee ketels van het Cornwall type geplaatst dus met een enkele vuurgang. Deze ketels leverden ‘gewone stoom’ ofwel verzadigde stoom. Er was nog geen oververhitter (die de stoom een hogere temperatuur geeft) aanwezig want die was nog niet ontwikkeld in die tijd.

Machine:

Het was een dubbelwerkende balansmachine met een stoomcilinder met een boring (diameter) van 70,3cm. Dubbelwerkend wil zeggen dat er onder en boven de zuiger wisselend verse stoom werd toegevoerd. Een enkelwerkende  stoommachine bestond  en bestaat ook nog wel. Deze heeft dus aan een zijde van de zuiger een stoomtoevoer.

perspomp

De  waterpomp:

Een dubbelwerkende perspomp met een boring van 2,04m met hangende pers- en zuigkleppen in kleppenramen.

De machinekamer was het hoogste gebouw i.v.m de op en neer gaande balansarmbeweging.

De balans op een kolom was een zwaar onderdeel met aansluitingen voor de aandrijving van hulpwerktuigen zoals een luchtpomp en een plunjerpomp  voor voedingwater toevoer naar de ketels.

Het ketelhuis was naast het machinegebouw. De kolenopslag was naast ketelhuis.

Er was een vierkante gemetselde schoorsteen. Info schoorsteen tzt

Voor verdere technische informatie zie het tabblad: (Zie gemaal uit 1846 )

kade-deventerVervoer van de diverse onderdelen kon gemakkelijk over de waterwegen in Nederland en Duitsland. De fabriek in Deventer had een kade aan de IJssel vlakbij.

via-de-scanner-2via-de-scanner-2Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 27 juli 1846

Bestuur van den Molen Polder van Wamel, Dreumel en Alphen maakt bekend: dat de stoommachine met dubbele persbuis, uitgevonden door den Heer Fijnje, den 4 dezer een aanvang maakte om den Polder, groot 1000 bunders en bedekt met drie palmen water, ’t welk door hoog buitenwater niet konde worden gelost, leeg te malen, met dat gevolg, dat genoemde Polder reeds op den 10 dezer droog was, en dit nog wel met slechts 2/3 van de kracht der machine.

De palm is een oude lengtemaat die afgeleid is van de handpalm.
Men kende de kleine palm, die ongeveer 3 cm was, en de grote palm, die ongeveer 9,6 cm was.
Toen in 1820 het metriek stelsel werd ingevoerd, werd de palm gelijkgesteld aan 10 cm. In 1869 werden de oude benamingen afgeschaft en werd de naam palm vervangen door de naam decimeter.

 

pompgedeelte-3

Mankement

Helaas na de eerste periode van bedrijfsvoering mankeerde er het een en ander aan. De zuig- en perskleppen waren uitgevoerd als miniatuur-sluisdeurtjes met as, zonder enige klepbelasting. Ze sloegen dus enorm bij het sluiten en ten gevolge van de daardoor ontstane drukstoten in de pomp, raakte zelfs de zuiger los van de stang en de scheiding van de boven- en de onderpomp kamer die als een houten schot was uitgevoerd bleek ontzet en lek te zijn. Het was alles vrij eenvoudig op te lossen door hellende kleppen hangend aan een bovenas te maken en een gietijzeren tussenschot aan te brengen. Er was evenwel weer een zekere achterdocht ontstaan en er was een geërfden dag nodig om instemming te krijgen dat de leverancier het voor zijn kosten op deze wijze in orde kon maken. Daarna heeft het gemaal van 1847 af vele tientallen jaren zeer bevredigend gewerkt.

Het gemaal kwam dus pas echt goed in bedrijf nadat enkele wijzigingen waren aangebracht met name aan de perspomp.

De in bedrijfstelling van de stoommachine installatie werd begeleid door de directeur  van de fabriek Nering Bögel  in Isselburg. Dat was dhr. Schaefler. De ketelinstallatie was geleverd door de fabriek van Nering Bögel in Deventer. De allereerste machinist  werkte ook in Isselburg en was Christian Friedrich Diederich Schmidt. De tweede en derde machinist zijn in Dreumel geboren en volgden hun vader op als machinist. Isselburg ligt iets ten oosten van Emmerich.

(Zie machinisten en stokers Dreumelsch gemaal)

 

 

Bredasche courant 15 apr 1847

Het onlangs te Dreumel daargestelde stoomgemaal, hetwelk naar het door den ingenieur van den waterstaat Fijnje, voorgedragen beginsel ingerigt en sedert den 16den Maart jl. in werking is, schijnt aanvankelijk aan de verwachting te beantwoorden. Naar men verneemt zal op 13 en 14 dezer de finale proefmaling met hetzelve plaats hebben.

                                                                                                                                                                                   Oude foto maar ik denk  van na de ombouw.

Utrechtse Provinciale en Stads-courant: 26 april 1847  bijgesneden-foto

finale-proefneming

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant 8 juni 1847

Men schrijft uit Tiei:

Het mag niet onvermeld blijven, met welke gunstige weldadige gevolgen de daarstelling van het stoomgemaal te Dreumel wordt bekroond. Op de velden , die in vorige jaren om dezen tijd gewoonlijk geheel onder water stonden , en tot eenige beteeling volstrekt ongeschikt waren, ziet men thans het heerlijkste zomerkoren prijken, dat eenen voordeeligen oogst voorspelt. De landbouwer, die jaren lang van “het gebruik van eene geheele streek vruchtbaar bouwland verstoken waren, zien zich nu in staat gesteld , eene behoorlijke winst te hebben van hunne eigendommen. Op het hooge land in voornoemde gemeente heeft men de toppen van geheele stukken te veld staande tarwe moeten afsnijden, omdat men bevreesd was, en het zich liet aanzien, dat zij te welig zoude opschieten, en door den sterken groei tegen den grond gaan liggen.

Staatscourant 7 juli 1847

Ten slotte moeten wij nog gewagen van het opgerigte werktuig van stoomgemaal in den molenpolder van Wamel Dreumel en Alphen, hetwelk door eene commissie uit ons midden in oogenschouw is genomen. Onze gecommitteerden hebben met bijzondere belangstelling en tevredenheid eene genomene proeve bijgewoond, en wij mogen vertrouwen, dat deze schoone uitvinding van den ingenieur Fijnje die” kondigen ambtenaar voortdurend tot roem verstrekken en de welvaart van dien polder, krachtdadig bevorderen zal.

De Zwolsche courant schrijft op vrijdag 27 aug 1847:

Het stoom werktuig, met de dubbel werkende persbuis, door den Ingenieur Fijnje uitgevonden, en waarvan we meermalen in onze courant spraken , heeft in dit jaar den polder van Wamel , Dreumel en Alphen, groot 3300 bunders droog gemaakt en droog gehouden. Door den hoogen waterstand op de Maas van circa 5 ellen, moest de machine het polderwater 6 weken lang 2 a 2,50 ellen opbrengen en alzoo 2/3 van het straks genoemd bundertal, anders ouder kwel en regenwater bedolven, voor den landbouw geschikt doen blijven. Zoo zijn er 900 bunders met haver en boonen gezaaid; een gelijk getal heeft goed hooi geleverd en toont nu weelderig nagras en de hoogere bouwlanden verheugen zich in een rijken oogst.

 

geldlening-1847

Een advertentie in de Noord Brabander van 4 sept 1847

 

 

 

Men besloot de windmolens te verkopen   (Zie windmolens)

Noordbrabander 27 nov 1847

HET BESTUUR VAN DEN MOLENPOLDER VAN WAMEL , DREUMEL EN ALPHEN,

POLDERDISTRICT MAAS EN WAAL, PROVINCIE GELDERLAND, zal op Zaterdag den 11 December 1847 voormiddags om 10 uren bij de Wed C. VAN GRUITHUIZEN, te Dreumel, ,in het Openbaar Verkoopen: De opstand van DRIE KAPITALE WATERMOLENS met hellende SCHEP RADEREN, benevens, nog afzonderlijke nieuwe MOLENROEDEN en MOLENAS, goed onderhouden , welke ten gevolge van het welslagen van het in dezen Polder daargestelde STOOMGEMAAL naar de uitvindig van den verdienstelijken Ingenieur FIJNJE zijn onbruikbaar geworden. Dezelve kunnen dagelijks bezigtigd worden , en de aanwijzingen geschieden door de Machinisten , aan de Stoommachine te Dreumel, alwaar acht dagen , voor den Verkoop de conditiën en voorwaarden zullen ter lezing liggen. Het Bestuur van voornoemde Polder

p1010703

Het schilderij is gemaakt door Wim van de Berg. Informatie verkregen via Anton Janssen van de historische vereniging van Wamel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dankbetuiging voor H.F.Fijnje

Wij ruimen gaarne eene plaats in aan het navolgende schrijven, gedagteekend:

Molenpolder, Wamel, Dreumel en Alphen, 25 Julij 1848.

Het was ons uiterst aangenaam te vernemen, hoe de algemeene staten der provincie Gelderland,                                                                                               ware beloning-dankbetuiging2verdiensten op prijs weten te stellen, door het volgende blijk aan den heer ingenieur van ’s rijks waterstaat, H.F.Fijnje, te doen toekomen, waarvan door tusschenkomst  van eene vriendelijke hand een afschrift is ontvangen.
De gedeputeerde staten van Gelderland:
Gezien het besluit der staten van den 16den Julij 1847, No , waarbij Hun Edel Groot Achtbaren worden uitgenoodigd om voor den heer ingenieur van ’s rijks waterstaat, ridder der orde van den nederlandschen leeuw, Henri François Fijnje,  als uitvinder en daarsteller van het stoom-werktuig tot uitmaling van het kwelwater uit den Molenpolder  van Wamel, Dreumel en Alphen op te maken  en Z.E. Gestr. uit te reiken een vereerend getuigschrift.

Zoo hebben Hun Ed. Groot Achtbaren goedgevonden: Den heer Henri François Fijnje namens de staten van Gelderland de aangename verzekering te geven, dat hun Ed. Groot Achtbaren met bbijzondere belangstelling ZEd. Gestr. onvermoeide pogingen tot bereiking van het voorgestelde heilzame doel hebben gadegeslagen: dat hun Ed. Groot Achtb. regtmatige hulde brengen aan hun vindingrijke vernuft en den doorzettenden ijver, waarvan Zijn Ed. Gestr. zulke treffende bewijzen gaf: dat H.Ed.Groot Achtb. dan ook met vreugde den zegenrijken uitslag, welke dit onvermoeid streven aanvankelijk gehad heeft, gezien of vernomen hebben, terwijl Hun Ed.Groot Achtb. op voldoende gronden mogen aannoemen en vertrouwen, dat het in 1846 daargestelde stoomwerktuig in de Maas- en Waalschen Molenpolder, voortdurend tot eer en roem van deszelfs uitvinder, en tot bevordering van de welvaart en den bloei van dat gedeelte van Gelderland zal verstrekken. En zal een afschrift van dit besluit aan den heer Fijnje gezonden worden.   Arnhem 3 Junij 1848.

266px-willem_anne_baron_schimmelpenninck_van_der_oyeDe Gedeputeerde Staten voornoemd,    (get.) SCHIMMELPENNINCK V.D. OYE , (foto links), Ter ordonnantie van Hun Edel Groot (get.) L.A.J.W.SLOET.

 

 

Nieuwe Utrechtse krant 14 nov 1850

Bij het jaarlijksche droogmaken en nazien der pompkamer van het stoomgemaal van den polder van Wamel, Dreumel en Alphen (hetwelk, gelijk men weet, naar een nieuw stelsel, door den heer ingenieur van den waterstaat Fijnje, is daargesteld), is gebleken, dat, gedurende het afgeloopen jaar, noch de ijzeren klepdeuren, noch de ramen, waarin die verzekerd zijn, noch de perspomp, noch iets anders iets in het minste hebben geleden: niettegenstaande het werktuig dit voorjaar gedurende 40 dagen bijna onafgebroken en in den zomer enkele keeren werkzaam is geweest. Een nieuw bewijs dat dit werktuig ook om geringe slijting zeer aan te bevelen is voor het drooghouden van polders, zoozeer als deze aan kwel onderhevig.

Nieuwe Amsterdamsche courant van 6 aug 1852

TIEL, 4 Aug. Gisteren werd onze stad vereerd met een bezoek van den heer 266px-mr_h_van_sonsbeeckminister van binnenl. zaken.Z. Exc. ferrendkwam ten 9 ure, per stoomboot alhier aan ,o. a. begeleid door den heer hoofd-ingenieur Ferrand en nam zijn intrek in het hotel de Gouden Leeuw. Korten tijd daarna vertrok Z. Exc naar Dreumel, aan de overzijde der rivier, om aldaar het wateropvoerings-stoomwerktuig te bezigtigen.  Aan den overkant gekomen, werd  Z. Exc. een eere rijtuig met 4 paarden bespannen aangeboden, en een geleide van eene eerewacht te paard, terwijl de muziek zich luide deed hooren. Ten 3 ure kwam Z. Exc. in deze stad terug en gaf aan verschillende autoriteiten en collegien audiëntie, en dineerde vervolgens bij den heer burgemeester dezer stad. Gisteren avond ten 11 ure werd Z. Exc. aan zijn hotel eene serenade met fakkeliicht gebragt door de muzijk der stedelijke schutterij. Heden morgen ten 9 ure is Z. Exc. per stoomboot naar Zalt-Bommel vertrokken.

 

Ing.Ferrand                                                                                                                                                                                                 Mr H van Sonsbeeck, minister van binnenlandse zaken

 

Hotel De Gouden Leeuw stond op de Groenmarkt in Tiel. Het werd in 1870 gekocht door Thomas Corbelijn Sr. Vanaf die tijd spraken Tielenaren van “Hotel Corbelijn”. Het hotel werd in 1944-1945 volledig verwoest. In 1959 vond nieuwbouw plaats. Hotel Corbelijn sloot in 1976 definitief zijn deuren. Sindsdien is de HEMA in het pand gevestigd. Deze mooie oude kaart kreeg ik van Emile Smit uit Tiel.

div-groenmarkt-2-2

hoge-resolutieVerwoesting aan het einde van de oorlog.hotel-corbelijn-in-1945

 

 

 

 

 

 

 

 

 

overstroming-8-maart-1855

 

De Rotterdamsche Courant, 19 maart 1855

Een overstroming door ijsvorming in de Waal ter hoogte van Dreumel.Het water liep daar toen ruim 1 el (68-69cm) over den dijk. De alarmklok werd geluid. Alles redde zich en vlugte naar den dijk, die geheel ingenomen werd door vee, huisraad, wagens en menschen. In Dreumel is nog steeds een straat te vinden genoemd naar die veilige plek. De Vluchtheuvelstraat.

 

 

 

 

 

1855-overstroming-door-ijsvorming

willem3tekst-monument

 

Koning Willem III kwam op bezoek met zijn stoomboot Willem III.

 

Veel meer informatie over deze watersnood vindt u op de website van:(http://www.tremele.nl/Watersnood/02%20Watersnood%201855/Watersnood%201855.htm) Het doel van deze website is de geschiedenis van het dorp Dreumel onder de aandacht te brengen.

 

 

ddd_010114808_mpeg21_p004_image

 

De installatie werkte ruim voldoende voor Dreumel maar Wamel en Alphen hadden nog regelmatig last van kwel- en regenwater. De roep om eigen gemalen was dan ook niet verwonderlijk.

Het Nieuws van de Dag meldt op 29 october 1879:

Behalve de gewone berichten en mededeelingen zullen in de aanstaande wintervergadering der Provinciale Staten van Gelderland de volgende onderwerpen worden behandeld: a. eene ontwerp-verordening tot ontbinding van den Molenpolder van “Wamel, Dreumel en Alphen en intrekking van het reglement van beheer voor dien polder; b. een adres namens geërfden in den polder Wamel, om subsidie uit de provinciale fondsen tot oprichting van een stoomgemaal.

Nieuwe Amsterdamsche Courant 17 Maart 1880

ALFEN (a/d Maas),

Ten gevolge der ontbinding van het vroegere waterschap “de Molenpolder”, bestaande uit de polders Wamel, Dreumel en Alfen, werd indertijd besloten tot oprichting van nog twee stoomgemalen, bij het reeds bestaande, zoodat elk der genoemde polders een eigen gemaal zou bezitten. Het bestaande viel, bij de akte van scheiding aan Dreumel ten deel; het nieuwe voor den polder Alfen is reeds gereed, en dat voor den polder Wamel zal binnen enkele dagen ook voltooid zijn. Opmerking verdient dat bij elk dezer stoomgemalen een afzonderlijk stelsel gevolgd  is. Dreumel werkt met een perspomp, Wamel met 2 schepraderen, en Alfen volgens het centrifugaal systeem.

 

 

5-6-1909-gelderlander

De Gelderlander schreef op 5 mei 1909:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het gemaal was na zoveel jaar totaal versleten en dus onvoldoende.

Nadat het besluit was genomen om een nieuw gemaal te bouwen kon de installatie afgebroken  worden.

Het Nieuws van de dag plaatste een advertentie op 29 okt 1909.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De ombouw van het gemaal geschiedde rond 1910 nadat het meer dan 60 jaar bij hoog water dienst had  gedaan.(100% zeker ben ik hier niet van)

Het gemaal gefotografeerd waarschijnlijk ver na 1910. Er was toen elektriciteit gezien de houten paal en de electriciteitsdraden rechts.

dreumel

Volgens een bestek is het nieuwe gemaal omgebouwd en in 14 mrt 1910 opgeleverd.

Een nieuwe machine, pomp en stoomketel (L 7,65m en D 1,90m) werd geplaatst.

Alles was aangevoerd aan de loswal te Dreumel.

De oude balansstoommachine met pompinrichting werd verwijderd  en ook een van de twee ketels.

Met de bouw werd gebruik gemaakt van een stoompompje om met stoom van een van de twee overgebleven ketels de bouwput leeg te pompen en te houden.

Of er ook een nieuwe ketel kwam is wel waarschijnlijk want in die tijd werden al ketels met oververhitters gemaakt waardoor er een beter rendement verkregen werd.

(Zie technische installatie 1910)

 

 

 

 

 

 

Het unieke gemaal zou tot 1945 gewerkt hebben en is daarna in 1953 helaas gesloopt. Alleen de oorspronkelijke machinistenwoning is nu nog aanwezig.