Machinist Hugo Esser (verhaal in wording)

De vondst van de modelmachine van het oude stoomgemaal Gewande

Voor mijn website (www.stoomgemalenmaasenwaal.nl) was ik op zoek naar voormalige machinisten en stokers van de stoomgemalen in het land van Maas en Waal. Zo vond ik dat de eerste machinist van het Wamelsche stoomgemaal die langdurig in functie is geweest, Herman Frederik  Esser was vanaf 1880. Ik zocht naar mogelijke familieleden die misschien nog een foto zouden hebben van deze machinist die in 1930 was overleden. Ik zocht dus een foto maar kwam een  stoommachine model op het spoor. De informatie van deze Esser “tak” hoort eigenlijk niet op deze website maar omdat de zoektocht zoveel bijzonderheden bevatte plaats ik het ook op de site.

Via het zoeksysteem van Delpher kwam ik een krantenadvertentie tegen met diverse leden van deze familie Esser waarvan sommige bij stoomgemalen werkten als machinist aan de Brabantse kant van de Maas. Opvallend waren ook de namen van de aangetrouwden van de dochters van deze familieleden. Dat waren namelijk allemaal voor mij bekende namen  van machinisten aan de Gelderse kant van de Maas zoals de familie Fliervoet en Herckenrath. In deze advertentie staat ook de naam van H. Esser 2de machinist bij zijn vader. Met de familie van deze tak kreeg ik contact.

Op 13 september 1891  staat er een advertentie (links) in een  krant van Robert Wilhelm Esser senior i.v.m. met zijn 25 jarig jubileum als machinist  van een stoomgemaal te Gewande. Dit stoomgemaal kwam in 1864 in bedrijf.

Hij was  machinist vanaf 1866 en van beroep machinebouwer/ werktuigbouwkundige in Den Bosch. Esser was geboren op 10‑02‑1826 te Gerresheim (Duitsland) en overleden op 06‑02‑1901 te Appeltern op 74‑jarige leeftijd. Een technische opgeleide man dus. Toen hij dus als machinist begon was hij 40 jaar.

Robert Wilhelm Esser  trouwde in 1850 met Maria Louise Kessner. Er werden zeven kinderen geboren waaronder Hugo Ewald Esser die later  bij zijn vader op het stoomgemaal van Gewande zou werken.

Als hij (Robert Wilhelm) met 65 jaar met pensioen was gegaan (in die tijd ook al gebruikelijk) dan heeft hij tot 1891 daar gefunctioneerd als machinist.

Ook was het heel gebruikelijk dat een zoon de baan van zijn vader overnam. Hij was natuurlijk opgeleid bij en door zijn vader.

Het verhaal gaat verder over deze zoon Hugo Ewald Esser.

 

 

 

 

 

 

Gewande (rode pijl) ligt aan de zuidkant van de Maas ten westen van Oss.

 

Er was dus een stoomgemaal geweest -de eerste aan de Brabantse kant van de Maas- die er voor zorgde dat het overtollige water van de polder Het Laag Hemaal naar de Maas werd afgevoerd. De eerste machinist was dus Robert Wilhelm Esser.

Dat oude stoomgemaal (ook wel stoomwatermolen genoemd) was ik al een aantal keren tegengekomen via diverse websites.

http://www.cubra.nl/specialebijdragen/verganeglorie/gewandestoomgemaal.htm  en op:

https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/het-stoomgemaal-aan-de-roode-wetering-bij-t-wild

Ik had nog geen idee hoe deze installatie uit 1864 eruit zou hebben gezien. Operationeel was het gemaal op 30 sept van dat jaar.  Op één van deze websites  was een tekening geplaatst van de installatie. Daarop was te zien dat de installatie bestond uit een ketel, een staande balansstoommachine met een krukmechanisme en een scheprad.

Een balansstoommachine was voor die tijd al bijna ouderwets want in 1868 bouwde men in Maasbommel Stoomgemaal Maasbommel al een nieuw stoomgemaal met een liggende cilinder die via  het krukmechanisme een scheprad aandreef.

Echt succesvol is het gemaal nooit geweest. Reeds in 1869 is een tweede rad naast het bestaande toegevoegd omdat de capaciteit te gering blijkt. En reeds in 1883 wordt door de firma Grasso uit Den Bosch een nieuwe ketel geplaatst en de stoommachine geheel gereviseerd. Het opstoken en bedienen van dit stoomgemaal schijnt altijd erg arbeidsintensief te zijn geweest.

 

Nadat het gemaal  uit bedrijf was gesteld door de bouw van het nieuwe gemaal Caners  in 1933 kwam het pand en de gronden in bezit van ???

Later werd er  een zwembad en tennisbaan bijgebouwd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe het gemaal verder tot verval kwam weet ik niet.

Een foto van het gemaal voordat het verder vernield werd.

Er zijn nu plannen om het restant weer als woonhuis te restaureren. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Later in 1922 is er een Deutz dieselmotor geplaatst voor de aandrijving van het scheprad. Een foto van de herdenkingssteen vond ik op een van de genoemde websites. Helaas is de steen verdwenen.

Van de in bedrijfsteling met de Deutz diesel stond een klein- en een  groot artikel (22 maart 1922) in de Provinciale Noordbrabantsche en
’s Hertogenbossche Courant.
Het gemaal met deze  Deutz diesel heeft daarna tot 1933 dienst gedaan. De taken werden toen overgenomen door het nieuwe gemaal Caners en het Hertogsgemaal.  De Deutz dieselmotor van het voormalige schepradgemaal is toen in het gemaal Caners  geplaatst. Later is deze Deutz diesel weer vervangen door een dubbele Thomassen diesel die heden ten dage  nog te bewonderen is.
De machinerieën van de oude stoommachine  zijn later uit het gebouw gehaald. In de jaren vijftig wordt de uitbouw waar het schoepenrad in stond, afgebroken om de Roode Wetering meer ruimte te geven.

 

 

Terug naar de geschiedenis van de machinisten.

Machinist Robert Wilhelm Esser had dus een zoon die bij hem op het gemaal werkte als 2de machinist. Ik ging zoeken in een telefoongids op internet.

Via een mij onbekende Nijmeegse tak van de familie Esser  kwam ik bij een familie Esser in Eindhoven terecht. Zij vertelden mij dat hun opa Hugo als machinist op het stoomgemaal van Gewande gewerkt had en dat er  een modelstoommachine in de familie aanwezig was. Mijn interesse en nieuwgierigheid was natuurlijk meteen gewekt gezien mijn achtergrond bij stoomgemaal De Tuut. Deze Hugo solliciteerde later  echter als machinist bij het waterleidingbedrijf van het voormalige Stratum, een stadsdeel van Eindhoven. (1904-1905) Hij was toen 35 jaar.

Hij had daar het beheer van de installatie en de watertoren en woonde met zijn gezin in een huisje naast de toren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hugo Ewald Esser werd geboren in 8 mei 1870 en overleed in 23 nov 1947. Hij was getrouwd met Regina Geerts en zij kregen acht kinderen.

Wilhelm Robert Esser, de vader van de bruidegom, verklaarde wegens slecht gezichtsvermogen niet te kunnen schrijven.

Echtgenote  Regina Maria GEERTS was geboren op 09‑06‑1870 te Empel (gezindte: RK). Zij was een dochter van Francis GEERTS, scheepstimmerman en Wilhelmina van den DUNGEN.

Het huwelijk werd gesloten  op 06‑11‑1894 te Empel. Beiden waren toen 24 jaar. Zoals vermeld kregen zij acht kinderen.

Met diverse kleinkinderen van deze machinist Hugo Ewald Esser heb ik in Eindhoven contact gekregen en dit resulteerde in een eerste ontmoeting in november 2018. Uit de verhalen maakte ik op dat kleinzoon Leo Esser in de jaren 50 van de vorige eeuw al eerder bezig geweest om de machine weer draaiend te krijgen. Of er ooit een echte kleine stoomketel bij is geweest wist niemand van de familie. Daarna stond hij enige tijd op zolder totdat Elise Esser de modelstoommachine meenam naar Engeland in de hoop dat hij daar door iemand hersteld kon worden.

Elise stuurde mij enkele foto’s toe.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zij was ook één van de kleinkinderen van opa Hugo Esser en woonde in Engeland. Uiteraard was ik geïnteresseerd in het model en kreeg foto’s uit Engeland van de machine. Het bleek dus een balansstoommachine te zijn om een scheprad aan te drijven. Het model zou nagemaakt zijn van het oude stoomgemaal in Gewande door opa Hugo Ewald.

Het principe en de bouw van deze machine was vrijwel gelijk aan de eerste stoommachine in het land van Maas en Waal namelijk in Dreumel. Hier was in 1846 ook een balansstoommachine maar met een dubbelwerkende perspomp geplaatst voor de gezamenlijke dorpspolders Dreumel, Wamel en Alphen. Deze installatie had echter geen krukmechanisme maar een zuiger/cilinder met pers en zuigkleppen.

Zie Dreumelsch stoomgemaal

Het was helaas niet gelukt om de machine draaiend te krijgen en daarom was de kleindochter Elise Esser genegen om de machine naar Nederland mee te nemen in de hoop dat hij hersteld kon worden en een passend plekje te krijgen als eerbetoon aan hun opa. Machinisten en stokers hebben altijd bij nacht en ontij klaar gestaan om te zorgen data het Brabantse rondom Gewande land droog bleef.

Thuis nam ik contact op met Marinus Bergers die ik kende vanuit mijn periode als vrijwilliger bij stoomgemaal De Tuut. Hij is zeer bedreven in het restaureren/herstellen van allerhande technische onderdelen. Met hem toog ik naar Eindhoven om te zien of dit project voor hem een nieuwe uitdaging zou zijn. De machine stond dan ook op 20 dec 2018 in de garage in Eindhoven waar ik ging kijken met Marinus.

Het bleek een flink model te zijn met afmetingen van: Hoogte 50cm x Breedte 43cm x Lengte 70cm.
Na overleg met de familie besloten we de machine mee te nemen met de bedoeling om hem weer draaiend te krijgen. In Maasbommel werd de machine in de werkplaats van Marinus opgesteld. Na een maand had Marinus de machine reeds wederom draaiend.

Hoe we verder een plekje zouden vinden aan de Brabantse kant van de Maas werd een andere uitdaging maar helaas met een triste afloop.

 

Techniek

De installatie bestond uit een Cornwallische stoomketel met een doorsnede van 1 meter en een lengte van 10 meter, twee verwarmingsbuizen onder de ketel en drie koperen veiligheidskleppen. Deze informatie was mij niet onbekend.
Dit type  ketel kwam ik tegen in het vertaalde boek van Scholls: De gids voor Machinisten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit vermeldt:

Een der zeer gebruikelijke ketelsystemen in die tijd, waarbij verschillende cilindrische ketels tot een geheel verenigd zijn, is de zogenaamde Bouilleurketel of Woolffsche ketel, die vooral in Frankrijk zeer algemeen, doch ook bij ons te lande en in Duitsland nog tamelijk veel gebruikt wordt.
Links is een dwarsdoorsnede met een cilindrische hoofdketel “A” en eronder twee zgn. kookbuizen “C”die door korte verbindingsbuizen met de hoofdketel in verbinding staan.

Er is dus  geen vuurgang in het ketelvat geplaatst zoals bij de Cornwall, Lancashire of Schotse ketel. Men stookt het vuur geheel onder en rondom de keteldelen die in een gemetselde ruimte  zijn geplaatst. Het vuur en de rookgassen geven hun warmte dus af aan de buitenkant van de vaten. Ooit bezocht ik zulk een installatie in België.

 

Het rooster wordt onder de bouilleurs C aangebracht en deze worden, evenals een groot gedeelte van de hoofdketel, voor zover de waterstand dit toelaat, in de rookkanalen geplaatst.
Er was nog geen oververhitter aanwezig (deze was nog nog niet uitgevonden/ontwikkeld) dus men werkte met verzadigde stoom. Dat is stoom met veel vochtdeeltjes die onmiddellijk in waterdruppels veranderen als de stoom met koude materialen in aanraking komt.

Voor de aandrijving van het scheprad gebruikte men een stoommachine van hoge drukking en een verticale opstelling. Deze dreef een scheprad aan. Dat scheprad had een diameter van 7,5 meter en een breedte van 60 centimeter.
Het gemaal had een vermogen van 25 pk, een toerental van 9 omwentelingen per minuut en een opvoerhoogte (het hoogteverschil van het water dat gerealiseerd wordt) van 1, 8 meter.