Manometers

Alle stoom- en damptoestellen moeten van een betrouwbare, geijkte manometer zijn voorzien.

Wikipedia zegt:

De Stoomwet was een in 1824 voor het eerst opgestelde Nederlandse wet waarin veiligheidsvoorschriften omtrent stoomketels en stoommachines werden geregeld. De wet is herzien in 1868, 1896, 1939 en ten slotte op 15 maart 1953. De wet is per 1 januari 2008 ingetrokken. De opvolger van de Stoomwet en het daaruit voortvloeiende Stoombesluit is de Richtlijn 97/23/EG, ook wel aangeduid met Richtlijn Drukapparatuur. Hierin is de nationale wetgeving in Europa geharmoniseerd.[1]

In grote lijnen komt het er op neer dat je zelf als gebruiker verantwoordelijk bent en moet aantonen dat het betrouwbaar en veilig is.

Een manometer moet dus regelmatig geijkt worden maar wie kan/mag dat en wie doet dat?

Ijken wil zeggen dat  de meetapparatuur wordt vergelijken met een meter die 100% goed aanwijst.

Een manometer kan een afwijking hebben zonder dat de stoker dat weet. Stel dat de meter te laag aanwijst dan betekent dat, dat de druk altijd hoger is dan je afleest. In extreme gevallen kan dat enorme consequenties hebben.

De invoering van de wet in 1824 hing samen met de opkomst van de stoommachine in Nederland en de risico’s die met ondeugdelijke apparatuur, slecht onderhoud en ondeskundige of onzorgvuldige bediening ervan samenhingen.

Zijn er dan veel ongelukken gebeurd?

Heel veel en als je op internet zoekt schrik je daarvan en een kleine opsomming staat vermeld bij het tabje:

Ongelukken en veiligheid

Het is dus van groot belang  dat je weet wat stoom is en hoe je om moet gaan met een stoominstallatie. Daarom is een deskundige opleiding van stokers en machinisten een “must”!

Toen ik bij het stoomgemaal begon in 2002 was Ketel 1  bedrijfsvaardig  en goedgekeurd. De manometer was nog de originele althans dat namen wij aan want nergens in het ketelcontroleboek–zie – Stoomwezen keuring   stond iets vermeld .

Elke ketel heeft een manometer en meestal is er in de machinekamer ook een stoomdrukmeter, een oliedruk meter van de stoommachine en een vacuümmeter. Ook deze meters behoren regelmatig gecontroleerd te worden. Tegenwoordig  is dat bij bedrijven allemaal is een soort bedrijfsmiddelensysteem opgenomen voor regelmatige controle. Bij de Tuut was daar echter niets van te vinden.

 

 

 

Nog voordat de restauratie van het ketelhuis begon waren alle meetinstrumenten in ketelhuis en machinekamer veilig gesteld. Er waren drie ketels met dus elk een manometer. Jaap  G. vertelde mij in  aug. 2020 dat hij uit deze drie de best lijkende uitkoos.   Van belang lijkt mij dan: uiterlijk van de meter, het glas, de wijzerplaat zonder roestaanslag en de schroefdraadaansluiting. De meter is destijds bij de afdeling meet- en regeltechniek van de PGEM centrale in Nijmegen geijkt en daar is dan een officiële  meetbrief van.

Nadat Ketel 1  een aantal keren met succes de oude en de nieuwe keuring had  doorstaan en we ook de in gebruik zijnde manometer nog eens wilden ijken werd gezocht naar een keurende instantie. Een zo kwam ik in contact met Aernout Notenboom. Hij heeft in de periode dat ik bij de Tuut betrokken was de manometers van de de Ketels  geijkt.

 

 

 

http://www.sshercules.nl/2010_aernout.htm

.