De achtergrond en de belevenissen van machinist J.C. Greep

 

 

Via de zoon van Johan Greep heb ik nog veel informatie gekregen die ik mocht gebruiken en soms aanvullen, verduidelijken of verbeteren. Dit geeft een goed beeld hoe de machinisten een opleiding hadden gehad. Over de vader van Leo Greep hoorde ik van hem (zoon Leo dus) het volgende. Mijn vader was van het geslacht Greep van het eiland Tholen (Zeeland) is in Den Haag geboren op 25 juni 1885 en heeft daar 3 of 5 jaar gewoond.

Ambachtsschool Bussum

Zijn vader werkte bij ministerie  van Oorlog en was onderofficier bij de afdeling Fortification (verdedigingswerken). Zij verhuisden naar een fort in/om de omgeving van Naarden.  Daar is mijn vader opgegroeid en na de lagere school is hij naar een Ambachtsschool in Bussum gegaan waarna hij later bij een smid heeft gewerkt op een uur lopen van huis. Hij behaalde dit smids examen op zijn 19 jaar. Waar is hem (Leo)  niet bekend. Dat zou dan in 1904 gewest zijn.

 

 

 

Hij zou in 1904 aangemonsterd zijn bij de Marine in Den Helder. Hij was toen 18 of 19 jaar. Hij is begonnen als stoker en zou het later gebracht hebben tot mogelijk tweede machinist. Hij heeft dus een technische opleiding gehad en is in ieder geval uiteindelijk terecht gekomen op het vrij nieuwe pantserschip Hertog Hendrik.

De Hertog Hendrik en de Gelderland

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Hertog Hendrik is afgebouwd in 1902 op de Rijkswerf van Amsterdam. Het was een pantserschip met een bemanning van 345 man!  Het schip maakte in 1904 proefvaarten en werd uitgerust o.a. uitgerust met een toestel voor draadloze telegrafie! Daarna vertrok het schip naar Oost Indië.

 

 

Een deel van de bemanning van de Hertog Hendrik

 

Matrozen aan de wal in Indië

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het schip moest met twee andere oorlogsschepen een ultimatum overbrengen aan de vorst van Boni. De reis verliep allesbehalve voorspoedig. Via diverse zoekmachines vond ik veel krantenberichten.

Een samenvatting van de reis geeft een spannend verhaal. (In wording)

 

 

 

 

Op 24 juni 1905 liep de Hertog Hendrik vast op het koraal nabij Matjidosteen toen het op weg was naar de Golf van Boni. De  Zeeland ondernam verschillende pogingen om het schip vlot te trekken maar dit lukte niet. Hierbij braken de bolders van de Zeeland af. Het schip kon pas losgetrokken worden toen de Japara van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij arriveerde met sleepmateriaal. Toen de kolen, voorraden en munitie overgeladen waren konden de Japara en het tevens gearriveerde de De Ruyter het schip lostrekken.

KPM schip ss Japara

 

 

 

 

Uiteraard stuurde het vastgelopen schip noodseinen uit. De andere schepen, waaronder een paar grote van de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij (KPM), volgeladen met troepen en materiaal, voeren naar de aangegeven plaats. De Hertog Hendrik lag muurvast. Het voorschip tot aan de brug stak schuin omhoog boven de waterspiegel uit. Je kon onder de steven doorlopen. Alleen het achterschip met roer en schroeven stak nog in voldoende diep water. Uiteraard werd onmiddellijk geprobeerd het schip los te trekken. Tevergeefs. Telkens knapten de trossen als draadjes af. Daarna werd het met ankerkettingen geprobeerd. Drie schepen naast elkaar lagen urenlang op volle toeren te draaien. Het hielp niet.
Toen kreeg de konstabel op het gestrande schip een ingenieuze ingeving. Het schip zat midscheeps het ergst vast. Dus als nu het voorste stuk geschut – een 24 cm kanon in pantsertoren – geladen met een volle lading, zou worden afgevuurd op het moment dat de drie schepen op volle toeren trokken, dan zou dat het schip wellicht ‘opspringen’. En inderdaad kon het op die manier uit zijn benarde positie worden bevrijd.
Er gaan geruchten dat de konstabel voor deze briljante oplossing nooit een woord van dank van zijn meerderen heeft gekregen. De Artillerieofficier zou met de eer zijn gaan strijken. Hoe dan ook: de Hertog Hendrik was er redelijk goed vanaf gekomen. De bodem was weliswaar over een groot deel gegolfd als een reusachtig wasbord, maar er waren geen gaten ontstaan, afgezien van een aantal afgescheurde klinknagels die wel wat water doorlieten. Het schip kon op eigen kracht terugvaren naar het dok voor reparatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Machinist J.C. Greep had dus een flinke stoomervaring opgedaan bij de Marine, heeft veel van de wereld gezien en hachelijke situaties meegemaakt.

Vast staat dat hij in de machinekamer van de Hertog Hendrik een ongeluk heeft gekregen en daarbij zijn linker arm zwaar is verminkt.

Wat er precies gebeurd is weet ik nog niet, maar daar wil ik samen met zoon  Leo Greep onderzoek voor gaan doen.

In 1906 is hij teruggekomen naar Nederland en kwam terecht in het militair ziekenhuis te Hellevoetsluis.

 

Marine ziekenhuis in Hellevoetsluis rond 1910

                                    Ziekenzaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het hospitaal is nu een appartementengebouw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Daarna is hij blijkbaar op de Piet Hein (ook een pantserschip 1894-1914) terecht gekomen en werd vervolgens in Den Helder eervol ontslagen in januari 1910 aldus het getuigschrift.

Pantserschip Piet Hein

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hij heeft in Den Helder zijn vrouw (de  moeder van Leo Greep) leren kennen. Is er getrouwd en daarna gaan werken als machinist op het stoomgemaal in Acquoy op 18 mei 1911. In 1912 kreeg hij recht op een invalidenpensioen van 285 gulden per jaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het voormalige stoomgemaal Acquoy kwam ik na lang zoeken toch op het spoor. Het bestaat niet meer  maar via Jos S. kreeg ik nog informatie.

Het ligt op ca 500 m van de Oude Horn.  Richting oost. Het is niet gesloopt, maar wel verbouwd tot woning. Het is bijna niet meer als zodanig te herkennen, maar op Google Maps kun je nog heel goed het  aanvoer- en afvoer kanaal zien. Je moet bedenken dat de Oude Horn in oorsprong het Culemborgs Gemaal was. De polders langs de Lek waterden af op de Linge. En dat is nu ook nog zo. Aan de Culemborgse Vliet kun je dat ook nog prima zien. Zon soort situatie had je ook in Tricht:  Gemaal de Neust Hier waterden de Beusichemse en Zoelmondse polder op af. En ook hier is dat nu nog zo. En het onderhavige gemaal was voor de polder Acquoy. De N.G. S. geeft de volgende informatie:

http://www.gemalen.nl/gemaal_detail.asp?gem_id=1392

Het gemaal is in de jaren 80 van de vorige eeuw afgebroken en er is nu een woonhuis van gemaakt.

 

 

 

Het middelste gebouw zou de machinekamer zijn geweest.

 

 

 

 

Via foto’s van de opvolger van machinist Greep in Acquoy  krijg je toch een indruk van de machine met pomp.

 

 

Het gemaal was oorspronkelijk uitgerust met een 33pk sterke stoommachine van de Duitse fabrikant L.Hukenhol en met een centrifugaalpomp

 

Dhr van Asperen

Familie uitzoeken

 

 

 

 

 

In 1920-1922 werd de stoom installatie vervangen door een horizontale schroefpomp, die direct werd gekoppeld aan een 85 pk sterke Crossley zuiggasmotor. De installatie had daarmee een capaciteit van 90 m3/minuut bij een opvoerhoogte van 2.05 meter.
In 1961 werd de functie van het gemaaltje overgenomen door gemaal De Nieuwe Horn. Thans is het restant in gebruik als woonhuis; de zwart geteerde houten kolenschuur is behouden

In Acquoy werd J.C.Greep op eigen verzoek eervol ontslagen op 31 december 1918 want hij solliciteerde naar stoomgemaal De Tuut. Het liep echter anders want hij werd benoemd als machinist van het Maasbommelsch gemaal. Hij zou daar langdurig blijven en daar is ook een groot verhaal over geschreven door zoon Leo Greep.  Zie  tzt >>>>>>

De zoon van Johan Greep vertelde dat zijn vader soms ook nog op de glasfabriek van Leerdam werkzaamheden verrichtte als het stoomgemaal van Acquoy  niet in bedrijf was. 

 

Glasfabriek Leerdam

De salarissen bij de overheden waren in die tijd nogal karig en de eerste wereldoorlog 1914-1918 was net ten einde. Aan alles was gebrek dus de prijzen schoten omhoog