H.F. Fijnje

De pomp van Fijnje

1846

De polder Dreumel is een van de betrekkelijk kleine rivierpolders tussen Maas en Waal, westelijk van Nijmegen. Zoals veel rivierpolders, loosde ook deze zijn overtollige water via sluizen bij lage rivierstand. In het voorjaar bleef het peil van de rivier echter vaak langdurig hoog en soms stond het land dan tot in de zomer onder water. Er zijn al vroeg windmolens met staande schepraderen gebouwd, in het begin van de 19e eeuw ook enkele met hellende schepraderen, maar als de rivier erg hoog stond, konden die niet veel beginnen. M.G. Beijerinck maakte al in 1820 een plan voor dit hele poldergebied, maar toen er weer een tijd was verstreken zonder actie, besloot de polder Dreumel zichzelf te helpen en samen met twee buur-polders een stoomgemaal op te stellen. De waterstaatsingenieur H.F. Fijnje van Salverda ontwierp aanvankelijk een stoom-schepradgemaal, maar enige jaren later werd de opzet veranderd: Fijnje stelde nu een dubbelwerkende balansmachine voor, met een door hemzelf bedachte eveneens dubbelwerkende perspomp. Om het nog aarzelende polderbestuur over de streep te trekken, kocht hij zelf een vrij groot stuk land in de polder, waardoor hij de risico’s van de

Wie was Fijnje?

FIJNJE VAN SALVERDA (Henri François), geb. te Amsterdam 21 Sept. 1796, overleden te Nijmegen 2 Juli 1889. Hij werd aanvankelijk voor den handelsstand opgeleid maar werd op 1 Oct. 1817 tot aspirant-ingenieur van de waterstaat benoemd. Na zijn studie aan de artillerie- en genieschool te Delft, werkte hij bij de waterstaat in achtereenvolgens Groningen, Arnhem, Luxemburg, Arnhem, Utrecht en Nijmegen, en doorliep daarbij alle rangen.

Met ingang 1824 werd hij arrondissements-ingenieur te Luxemburg, waar hij tot genoegen van zijn chefs en de autoriteiten werkte, maar niet genoeg afwisseling in den dienst vond, waarom hij verzocht, weder in Noord-Nederland geëmployeerd te mogen worden. Aan dit verzoek werd in 1826 voldaan door hem weder in Gelderland te plaatsen waar hij o.a. gewichtige diensten bewees bij den watersnood in Maart 1827. Met 1 Mei 1830 werd hij als arrondissements-ingenieur te Nijmegen geplaatst, en daar bleef hij bijna 19 jaren.

Zijn inzending voor een prijsvraag over de bemaling van de Haarlemmermeer werd beloond met de gouden erepenning: Verhandeling over de middelen tot opbrengen van water door stoomkracht etc. (1844). Zijn grootste verdienste bewees hij echter als rivierdeskundige. In deze periode vallen belangrijke werkzaamheden. Hij stelde een register van peilingen samen en ontwierp normaallijnen voor de rivier de Waal.

Met 1 Oct. 1867 werd Fijnje op zijn verzoek eervol ontslagen, nadat hem met 1 Apr. 1866, toen zijn ambtgenoot Conrad hoofdinspecteur werd, diezelfde rang titulair verleend was. Hij had op den dag, dat hij uit den dienst trad, den staat juist 50 jaren gediend, en mocht daarna nog 22 jaren blijven leven, tot het laatst belangstellend in al wat op de techniek betrekking heeft.

 

De waterloozing van het land tusschen Maas en Waal was bijzonder slecht. Nadat Fijnje reeds in 1836 een rapport over dit onderwerp had ingediend, werd hiervoor in 1842 eene commissie benoemd, en zij bracht in 1846 rapport uit. Fijnje had voor deze landen een stoombemaling ontworpen, met een bijzondere soort pomp met kleppen, ‘de pomp van Fijnje’, die wel het nadeel had, dat zij zeer diep gefundeerd moest worden, maar die overigens veel goeds had en dan ook elders nog vrij veel gebruikt is, hoewel zij tegenwoordig door de centrifugaalpomp verdrongen is. Het stoomgemaal voor de benedenste polders Wamel, Dreumel en Alfen, kwam in 1847 gereed.

Opmerkelijk is ook de toepassing voor het eerst in het groot van betonfundeering op afgezaagde palen, door Fijnje bij verschillende der door hem gebouwde stoomgemalen, en later, toen hij hoofdingenieur was, ook bij de sluis te St. Andries toegepast. De diepe ligging zijner pompen was oorzaak, dat de gewone fundeering met houten vloer op palen niet kon worden toegepast, omdat men den fundeeringput op zoo groote diepte niet kon droogmalen. Het denkbeeld om deze moeilijkheid door betonstorting te ontgaan, is hoogst geniaal

De stoomwatermachine zoals deze op oude kaarten werd genoemd was bedoeld voor de benedenste polders Wamel, Dreumel en Alphen, werd gebouwd volgens het stelsel van Ing Fijnje.

De eerste steen werd geleg door de dochter van Fijnje op 4 okt 1845 en op 17 mei 1846 werd de vuurmachine in werking gesteld.

Via de website van Jodi van der Giesen  vond ik nog leuke kranteninformatie uit die tijd.

Op deze pagina staat ontzettend veel informatie over Dreumel.

Beter leesbaar op : Fijnje info

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In het gemaal van Dreumel was een plaquette aangebracht. Op de plaquette met ornamentale omranding  staat de tekst:

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Plaquette aangebracht

‘H.F.  Fijnje

Wie geestig denkt, en werkt en tracht

Dien helpt natuur met hare kracht 

Het Dreumelsche gemaal is helaas gesloopt in de 50 jaren van de vorige eeuw. Het besef om deze unieke installatie te bewaren was er toen niet. De plaquette is wel gered en is nu te zien aan de voorzijde van het nieuw gebouwde gemaal Quarles van Ufford. Dat gemaal staat aan het einde van de zgn. Oude Wetering.

 

ddd_010980439_mpeg21_p002_image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wil van den Dobbelsteen schrijft regelmatig stukjes in een plaatselijke krant in Druten.

Ooit vermeldde hij dat Fijnje een ontwerptekening maakte voor een haven aan de Waal.

Zie zijn stukje in de Maas & Waalkanter:   Stukje van Wiel vd Dobbelsteen

De naam moet zijn Wil v.d. Dobbelsteen.